Nieuws

Mest als groen goud: welke kansen biedt mono-mestvergisting?

Koeien in weiland voor een monovergister - Rudmer Zwerver via iStock
Bron foto: Rudmer Zwerver, iStock (iStock licentie)
Samenvatting
  • Onderwerp
    mono-mestvergisters, broeikasgas, ammoniakemissies
  • Interessant voor
    veehouders, adviseurs, onderzoekers
Bekijk de bronnen
Ze schieten nog niet direct als paddenstoelen uit de grond, maar de interesse neemt in rap tempo toe. Mono-mestvergisters zijn een interessante investering voor (collectieven van) melkvee- en varkenshouders. Aan de ene kant een aantrekkelijke financiële optie vanuit de geplande bijmengverplichting. Aan de andere kant een belangrijke mogelijkheid om broeikasgas en ammoniakemissies uit dierlijke mest te reduceren. Voor welk type bedrijven zijn mono- mestvergisters interessant, en welke ontwikkelingen moet je als melkvee- of varkenshouder op de voet volgen?

Tegen 2030 moet 20% van het gas dat Nederlandse huizen binnenstroomt groen zijn. Dat vraagt om flinke groei: van 0,3 miljard kubieke meter in 2024 naar 1,1 miljard kubieke meter in 2030. Dit streven naar het bijmengen van groen gas moet de Nederlandse afhankelijkheid van aardgas verminderen, groengasproducenten zekerheid op de lange termijn bieden en gebruik van groen gas door de transportsector stimuleren. Dierlijke mest speelt in dit spel een grote rol; waar nu slechts 5% van alle mest wordt vergist, moet dat tegen 2030 ongeveer 45% zijn.

“We schatten dat zo'n 600 bedrijven in Nederland gezamenlijk deze mogelijkheid kunnen onderzoeken.”

Hans van den Boom, business developer bij Rabobank, 2025

Emissiereductie combineren met verdienmodel

Sietse Draaijer, projectmanager bij Referm -een consortium van bedrijven die zich bezig houden met mestvergisting - benadrukt hoe interessant mono-mestvergisting voor boeren is: ''Mono-mestvergisting kan tot drie keer meer CO2-uitstoot vermijden dan co-vergisting, waarbij andere restromen mee worden vergist. Dankzij de voorgenomen bijmengverplichting voor groen gas, die beloningen baseert op de mate van CO2-reductie en niet op het volume, biedt mono-mestvergisting een aantrekkelijke en krachtige mix van financieel voordeel en vermindering van emissies.''

Business case doorrekenen zonder subsidie

''De interesse in mono-mestvergisting is gestaag toegenomen, gestimuleerd door de stimuleringsregeling duurzame energie (SDE),'' zegt ook Hans van den Boom, business developer bij Rabobank. Hij ziet dat vooral grote melkvee- en varkensbedrijven serieus naar de opties kijken. ''Groen gas uit mest levert de hoogste CO2-reductie per kubieke meter, wat het zeer aantrekkelijk maakt. Maar zonder de bijmengverplichting en met onzekere opbrengsten voor ongesubsidieerd GVO-certificaten voor groen gas, blijft de SDE-subsidie cruciaal voor investeringsbeslissingen van boeren.''

Als Den Haag echt meer groen gas uit mest wil, moeten de SDE-tarieven omhoog volgens van den Boom, zodat het voor meer bedrijven aantrekkelijk wordt om te investeren. Hij adviseert boeren om hun business cases zorgvuldig te berekenen op basis van huidige SDE-tarieven en tegelijkertijd goed de mogelijke hogere opbrengsten van de bijmengverplichting in acht te nemen. ''Het interessante is dat de bijmengverplichting op termijn waarschijnlijk lucratiever wordt dan de SDE. Dan ben je niet meer afhankelijk van subsidie. Dit biedt zicht op een rendabele businesscase na de 12-jarige SDE-periode en dat is cruciaal om de emissiereductie van broeikasgassen en ammoniak ook na de SDE te realiseren. Kortom: ik raad boeren aan om zich goed te gaan oriënteren.''

Schaal is een hele belangrijke factor volgens van den Boom: ''Projecten met meer dan 15.000 ton mest op één locatie hebben de beste kans om ook zonder SDE rendabel te zijn. Onder de bijmengverplichting wordt de marktprijs bepaald door vraag en aanbod, dus het is belangrijk om de kostprijs per kubieke meter groen gas laag te houden.'' Een gemiddeld melkveebedrijf in Nederland produceert rond de 3.000 ton mest; slechts een handvol grootschalige bedrijven haalt solo de 15.000 ton.

“Om economisch rendabel te zijn, is een grote schaal nodig, denk aan minstens 15.000 ton dierlijke mest per jaar. Dit gaat meestal de capaciteit van individuele bedrijven te boven en dus komt samenwerking met omliggende bedrijven om de hoek kijken.”

Hans van den Boom, business developer bij Rabobank, 2025

Kansen voor vergisting tussen de 15.000 en 25.000 ton mest op bedrijfsniveau

Op dit moment worden de meeste mono-mest groengasprojecten opgezet door melkveehouders die samen over voldoende schaal beschikken. Maar er zijn ook enkele varkenshouders gestart met het produceren van groen gas. "Om economisch rendabel te zijn, is een grote schaal nodig, denk aan minstens 15.000 ton dierlijke mest per jaar. Dit gaat meestal de capaciteit van individuele bedrijven te boven en dus komt samenwerking met omliggende bedrijven om de hoek kijken,'' legt Hans van den Boom uit. Grootschalige vergistingsinstallaties die meer dan 25.000 ton verwerken worden vaak als industriële activiteit gezien, wat een langdurig vergunningstraject vereist onder de nieuwe Omgevingswet. Dit soort centrale installaties hebben potentie voor de lange termijn, maar zullen onder het huidige vergunningenbeleid waarschijnlijk maar beperkt worden goedgekeurd. Daarom richt Rabobank zich nu op bedrijven die, samen met hun buren, tussen de 15.000 en 25.000 ton mest kunnen bundelen voor een mono-mestvergister op eigen terrein, wat leidt tot een vereenvoudigd vergunningstraject. ''We schatten dat zo'n 600 bedrijven in Nederland gezamenlijk deze mogelijkheid kunnen onderzoeken,'' aldus Van den Boom.

Stikstofstripper als aantrekkelijke toevoeging

De meeste interesse in deze regionale mono-mestvergisters komt van melkveehouders, signaleert Harm Smit, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research. ''Dat komt niet alleen doordat ze onder druk van het stikstof- en broeikasgasreductiebeleid naar oplossingen zoeken voor ammoniak- en methaanuitstoot, maar ook omdat zij meestal meer vrij oppervlak beschikbaar hebben voor de bouw van een installatie, én, in tegenstelling tot varkenshouders, mest op het eigen bedrijf willen houden.'' Want, voegt Smit toe, mono-mestvergisters boven de 15.000 ton kunnen meer dan alleen groen gas produceren. ''Kijk naar het recent gestarte GroeneWoudGas in Sint-Oedenrode. Hier wordt de dunne en dikke fractie gescheiden en de dunne fractie behandeld met een stikstofstripper. De potentiële RENURE-meststof levert men terug aan de deelnemende melkveehouders - nadat er zo’n 50% van de stikstof uit is gehaald in de vorm van kunstmestvervanger.'' Deze laatste optie, beaamt Smit, vormt zeker wanneer de RENURE-wetgeving wordt aangenomen en de derogatie verdwijnt, een mooie optie. ''De combinatie van een mono-mestvergister met een stikstofstripper is dus heel interessant.''

Co-vergistingsinstallaties: kansen voor circulaire economie

Naast de kleinere mono-mestvergisters, bieden centrale co-vergistingsinstallaties, vooral voor varkenshouders die gewend zijn mest direct af te voeren, een aantrekkelijke optie. Zo verwerkt de recent opgestarte VTTI bio-energy in Tilburg niet alleen mest maar ook reststoffen uit de levensmiddelenindustrie. Deze grootschaligere vergistingsinstallaties (boven de 50.000 ton) beschikken over geavanceerdere technologieën die het mogelijk maken om nuttige bijproducten te winnen. ''Deze installaties kunnen fracties scheiden die als kunstmest gebruikt worden of zelfs in te zetten zijn als biobased bouwmaterialen,'' legt Sietse Draaijer van Referm uit. De belangstelling voor deze geavanceerde vergisters groeit, vooral onder industriële partijen en energieleveranciers die voorsorteren op de bijmengverplichting. ''Maar de bouw vraagt om een complex vergunningstraject dat jaren kan duren. Wel bieden deze installaties een bredere kans voor de circulaire economie en zien we een toenemende oriëntatie op strategische locaties,'' voegt Draaijer toe. Zeker voor varkenshouders is het interessant deze ontwikkelingen in de regio te volgen.

“Mestvergisting speelt een cruciale rol in het verminderen van broeikasgassen, en door het toevoegen van een stikstofstripper kunnen melkveehouders ook meteen de ammoniakuitstoot aanpakken.”

Harm Smit, Wageningen University & Research, 2025

Mestvergisten vraagt om ondernemerschap

Terug naar de mono-mestvergisting: vooral voor collectieven van melkvee- en varkenshouders vormt deze technologie dus een zeer aantrekkelijke optie. Rabobank ondersteunt diverse bedrijven bij hun verkenning van deze mogelijkheid. Hans van den Boom benadrukt het belang van een duidelijke leider voor dit soort projecten. ''Mestvergisting vraagt om diepgaand begrip van de technologie, juridische aspecten zoals het vergunningsproces, contracten en certificaten, de bijmengverplichting en wet- en regelgeving. Ook kennis van mogelijke toevoegingen zoals een stikstofstripper is belangrijk,'' zegt hij. Van den Boom merkt op dat, hoewel de opbrengsten van de bijmengverplichting van groen gas onder invloed van Europese beleidsveranderingen kunnen veranderen, er een continue stijgende marktvraag is naar groen gas. ''Naar verwachting ben je dus niet alleen afhankelijk van de SDE-subsidie maar kan er meer dan 20 jaar doorgedraaid worden met een vergister als je een marktconforme kostprijs hebt. Wel moet je als trekker goed geïnformeerd zijn en blijven omdat er veel verandert, niet in de laatste plaats door een wispelturige overheid.''

Klaarstaan om met vergisten aan de slag te gaan

Harm Smit van WUR ziet in de mestvergistingsopties een hele belangrijke duurzaamheidsdriver richting de toekomst. ''Mestvergisting speelt een cruciale rol in het verminderen van broeikasgassen, en door het toevoegen van een stikstofstripper kunnen melkveehouders ook meteen de ammoniakuitstoot aanpakken,'' zegt hij. Daarnaast vraagt het stalaanpassingen (dagontmesting) om verse mest zo snel mogelijk met minimale emissie uit de stal af te voeren naar de monomestvergistingsintallatie. Sietse Draaijer en Hans van den Boom adviseren melkvee- en varkenshouders de opties te verkennen en samen te werken met regionale collega's om de voordelen van mono-mestvergisting volledig te benutten. ''Het loont om je goed te oriënteren,'' zegt Draaijer. ''Dit kan bijvoorbeeld met de mono-mestvergisting rekentool van de Rabobank. Door je opties te kennen kun je snel schakelen als de bijmengverplichting straks van start gaat.''