Nieuws

Tussenresultaten praktijkmetingen bekend van onderzoek ammoniak- en methaanemissies uit melkveestallen

koeien in stal - ©LTO
(©LTO)
De emissie van methaan en ammoniak van melkveebedrijven in het project Netwerk Praktijkbedrijven blijkt duidelijk lager te zijn dan in eerder onderzoek is gemeten. Tegen de verwachting in is de emissie van ammoniak in de drie meetjaren wel licht gestegen. Dat blijkt uit het rapport “Emissies van ammoniak en methaan uit melkveestallen in het Netwerk Praktijkbedrijven”, waarin de eerste resultaten van de stalmetingen beschreven zijn.

Op 15 van de 18 onderzoeksbedrijven, verdeeld over Nederland wordt vanaf maart 2021 de stalemissie van ammoniak (NH3) en methaan (CH4) gemeten. Doel van deze emissiemetingen is om emissies tastbaarder te maken voor veehouders en bevestiging te krijgen of de gedane managementaanpassingen succesvol zijn. In dit rapport staan de emissiemetingen vanaf de start van het project tot en met februari 2024 beschreven.

Emissies zijn laag maar stijgen licht

Uit de resultaten blijkt dat de stalemissie gemeten met referentiemethoden gemiddeld over alle deelnemers 160 kg methaan per dierplaats per jaar en 9,8 kg ammoniak per dierplaats per jaar was. De gemiddelden van de continue metingen waren respectievelijk 153 kg en 9,0 kg per dierplaats per jaar. De variatie tussen bedrijven is ook nu weer groot. Gemiddelde emissies per bedrijf variëren van 5,1 kg tot 12,3 kg NH3 per dierplaats per jaar en tussen 104 kg en 207 kg CH4 per dierplaats per jaar.

Deze resultaten zijn duidelijk lager dan die gemeten in een andere groep melkveebedrijven uit 2022 toen respectievelijk 193 kg en 13,8 kg per dierplaats per jaar werd vastgesteld. De focus van de deelnemers aan het netwerk op emissiereductie via managementmaatregelen heeft daar mogelijk aan bijgedragen.

Vooraf was de verwachting dat de emissies van methaan en ammoniak in de loop van de jaren zouden dalen. Maar de emissie van methaan vrijwel gelijk gebleven en de emissie van ammoniak is met 2,7% toegenomen. Dat is weliswaar een kleine stijging, maar omdat het ruweiwitgehalte in het rantsoen op basis van de gegevens uit de kringloopwijzer met 1,9% is afgenomen lag een daling van de ammoniakemissie voor de hand. De verklaring voor de toegenomen ammoniakemissie ligt in hogere staltemperatuur (+4,0%) en het grotere ventilatiedebiet (+9,5%). Mogelijk is de winst van de managementmaatregelen dus verdampt vanwege een toename in temperatuur en ventilatiedebiet.

Ammoniakemissie kan door regeling ventilatieniveau gereduceerd worden.

De stijging van de ammoniakemissie was aanleiding om de relatie tussen emissie, temperatuur en ventilatiedebiet verder te onderzoeken. Uit eerder onderzoek was namelijk al bekend dat er meer ammoniak kan emitteren wanneer de luchtsnelheid hoger is. Uit de analyse blijkt er inderdaad een relatie tussen ammoniakemissie en ventilatieniveau te zijn. Deze relatie verschilt echter per seizoen. Dit komt deels door dat ook temperatuur effect heeft op het ammoniakemissieproces, maar waarschijnlijk ook doordat de luchtstroming door de stal verschilt per seizoen. Deze relatie biedt aanknopingspunten om door sturing van de ventilatiegordijnen de emissie van ammoniak te beperken. In Netwerk Praktijkbedrijven wordt daar de komende tijd mee geëxperimenteerd.

Onderlinge vergelijking helpt reduceren

Verder is onderzocht of het meerwaarde heeft om de stalmeetbedrijven onder te verdelen in verschillende groepen die gebaseerd zijn op bedrijfseigenschappen die niet of zeer moeilijk aan te passen zijn. Voorbeelden hiervan zijn grondsoort, stalsysteem en hoeveelheid weidegang. Uit deze analyse bleek dat verschillen tussen groepen duidelijk worden en vaak ook verklaarbaar zijn. Verschillen tussen bedrijven kunnen deelnemers stimuleren om eigen emissie verder te verlagen als inzichtelijk wordt wat het verschil in management is. Het blijft echter lastiger om verschil in management van bedrijven binnen een groep te vergelijken omdat ook bedrijfsfactoren (zoals veebezetting en indeling van de stal of aandeel jongvee in de stal) een grote invloed kunnen hebben op de emissie.

Hoe gaat het verder?

Het project wordt voortgezet op zowel de praktijkbedrijven als in de analyses. In de rest van het jaar verschijnen er meer rapportages over onder andere de relatie tussen rantsoen en emissie. Verder wordt gewerkt aan stalmanagementmaatregelen om de emissie van methaan en ammoniak te beperken.


Netwerk Praktijkbedrijven

Het project Netwerk Praktijkbedrijven richt zich sinds de start eind 2020 op de vermindering van de emissie van methaan en ammoniak door melkveebedrijven. Het netwerk richt zich hierbij vooral op kosteneffectieve managementmaatregelen die gericht zijn op het vakmanschap van de melkveehouder. Voor alle bekende (management)maatregelen om de emissie van ammoniak en methaan op een melkveebedrijf te verminderen is het de vraag hoe dit in de praktijk uitpakt. Om deze vraag te beantwoorden is een landelijk netwerk van melkveehouders gevormd dat aan de slag is gegaan met de uitdaging om zowel de emissie van methaan als ammoniak op hun bedrijf in vijf jaar tijd met 30% te verlagen. Dat doen ze door concrete emissie reducerende maatregelen te nemen die passen bij hun bedrijf. Daarmee zijn deze bedrijven een voorbeeld en inspireren ze de overige melkveehouders in Nederland met als doel in de hele melkveehouderij de emissie van methaan en ammoniak te verminderen. Het meetinstrument bij het vaststellen van de reductie is de Kringloopwijzer en als referentie worden de uitkomsten van de berekeningen in de Kringloopwijzer van 2020 genomen. In totaal nemen bijna 110 melkveehouders deel aan het project. Deze zijn in te delen in drie groepen: onderzoeksbedrijven (18), demonstratiebedrijven (22) en ambassadeurs (67). Deze groepen verschillen in intensiteit van dataverzameling en begeleiding.